Een kijkje achter de voordeur

Vroeger dacht ik: als ik ergens mijn handen niet aan ga branden, dan is het wel een man met een kind. Maar (en wat een verrassing) dat was dus precies wat ik wél deed. Al snel volgde mijn eerste negatieve ervaring met het hebben van een bonuskind. Ik kende B nog maar net toen we op een kindvriendelijk uitje van dr. I’s werk waren. ‘Leuk hè, een beetje moeder spelen’, zei een vrouw met een zelfgenoegzaam lachje toen dr. I even weg was. Ik was met stomheid geslagen. Ik speelde namelijk helemaal niet voor moeder en bovendien, wat had zij er nou mee te maken?

nelske verbaas blogDie opmerking vergeet ik nooit. Voor het eerst paste ik voor de buitenwereld in het hokje (boze?) stiefmoeder, terwijl ik me helemaal niet zo voelde. Ik zeg juist altijd: B heeft al een moeder. Hij heeft er echt niet nog eentje nodig, dus ik speel slechts een bijrol. Volgens Stichting Stiefmoeder maakt me dat een relatiegerichte stiefmoeder. Dr. I en B’s moeder bepalen hoe of wat, en ik help dr. I een beetje. Een soort uitvoerende en ondersteunende taak. Soms betekent dat je mond houden of juist wel iets zeggen terwijl je het ergens niet helemaal mee eens bent. Het zij zo.

Ik kom de verwachting dat ik B als last ervaar vaker tegen. En dat vind ik oneerlijk, gemeen zelfs. Als ik een weekendje met dr. I wegga, vragen mensen of ik dat niet veel fijner vind dan met bonuskind erbij. Daar kijken ze bij alsof ze het allemaal heel goed weten. Waarom zeggen diezelfde mensen tegen een stel met kinderen dat zonder kroost vakantie viert  ‘Wat goed van je, even lekker tijd voor elkaar nemen’? Stellen zonder kinderen gaan trouwens ook weekendjes weg. Weet je waarom? Omdat je dan even ergens anders bent, lekker uit de sleur. Dat is fijn.

Ik kan het niet goed doen. Zeg ik ‘ja’, dan ben ik een trut

Eerlijk is eerlijk, ik bedenk nu wat de buitenwereld van mij vindt en misschien is dat wel helemaal niet zo. Maar volgens mij kan ik het niet goed doen. Zeg ik ‘ja, dat vind ik fijn, een weekendje zonder bonuskind weg’, dan ben ik een trut. Zeg ik ‘nee hoor, dat maakt helemaal niet uit’, dan lieg ik. Natuurlijk is een weekend mét 13-jarige compleet anders dan zonder. Wat dacht je dan?

nelske verbaas blogAls B drie weken bij ons is geweest in de zomervakantie is het altijd een weekje wennen om in relatieve stilte te leven. Maar als hij er weer is en zegt: ‘En ik vind het ook heel leuk om jou weer te zien, Nelske’, loopt mijn hart echt wel een beetje over. Hoezo zou ik B dan maar vervelend vinden als ik een weekend zonder hem wegga?

Het is ook gezellig en zelfs leerzaam als hij er wel is: zo weet ik nu bijvoorbeeld dat een gele ligfiets niet op een banaan lijkt, want ‘bananen zijn krom’, dat ik kennelijk altijd grapjes maak en dat een welles-nietes-discussie ook op je dertigste even grappig als irritant is. Ik heb geleerd dat karten voor sommigen echt het einde is en dat niet ieder kind wild wordt van het Archeon, maar ik nog altijd wel. En ik heb geleerd dat ik best wel op mijn moeder lijk. Wie wist dat zaterdagse opruimwoede erfelijk kon zijn?

De werkelijkheid is zoveel complexer dan B wel of niet leuk, lastig of moeilijk vinden. De vrouw die mij zo goed wist te categoriseren had zelf vast een heel verhaal. Maar ik kan niet achter haar voordeur kijken, en het was fijn geweest als zij niet had gedaan alsof ze dat bij mij wel kon.

Dus, lieve mensen: ik ben géén boze stiefmoeder. Een weekendje weg zonder bonuskind is leuk, maar dat betekent echt niet dat mijn bonuskind niet leuk is.

2 thoughts on “Een kijkje achter de voordeur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *