Klein, kleiner kleinst

Zo nu en dan heb ik een periode waarin ik fantaseer over wonen in een tiny house. Een klein huisje, ergens waar het rustig is. En heerlijk groen. Met een grote schuifpui, die ik open kan doen als het fijn weer is. Van hout, leem of een verbouwde zeecontainer. In elk geval mag het niet té tiny zijn, weet ik inmiddels.

Via een ladder naar mijn bed klimmen, dat zag ik sowieso al niet zitten. En een composttoilet in de keuken … liever niet. Ik wil eigenlijk het liefst helemaal geen toilet in de keuken. We overnachtten ooit in een sterrenkubus van 9 m2, op Erfgoed Bossem. Echt een aanrader! Maar zodra we binnenstapten en onze tassen neerlegden, was het huisje vol. Leuk voor een nacht of twee, maar niet praktisch voor langere tijd.

Dan tel ik tot tien

In IJsland zag ik mijn kans schoon en boekte in Aukureyri vijf nachten in een huis aan de kleine kant. Met een vide, maar wel een vaste trap. Het was echt heel erg hip, en leuk. Maar uiteindelijk niet zo heel praktisch. Zo misten we een bank. En als dr. I de trap op of af ging, zakten de planken toch wel angstaanjagend ver door.

De keuken en trap

Wat wel heel goed was, was de dikke wand tussen keuken/woonkamer en toilet en badkamer. Geen toilet in de keuken! Maar die trap en het gemis van een plek om echt lekker te zitten, dat vond ik niet ideaal. Nee, dan toch maar de studio in Borgarnes. Vanuit je bed tv kijken, in vijf stappen in de keuken staan en een kopje thee zetten: heerlijk! En wél een bankje, zodat je niet per se op bed hoefde te zitten. Maar toch, ook dat zou je minstens een week moeten proberen voor je er echt een mening over kunt vormen.

Dus als ik weer een prachtig klein huisje voorbij zie komen, tel ik tot tien en denk aan de enge trap naar de vide. Of aan een toilet in de keuken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *