Gewoon blijven peddelen

We waren vastberaden om ons groot te houden. ‘Willen we de veertien of de zeven kilometer doen?’ vroeg ik nog. Het was toch even duur.

Het werd de zeven. Voor B, niet voor ons, want wij konden die veertien kilometer natuurlijk makkelijk aan. Het plan was om de Linge af te peddelen in twee kayaks. B in zijn eigen bootje, wij in een gedeelde. Het ging goed, en ook nog eens best snel. Na drie kilometer ging het iets minder goed. En iets minder snel.

We stopten (op het water) voor een slokje drinken. En peddelden door. ‘Papa, is dat het eindpunt?’ vroeg B. Dr. I zuchtte.

Op zes kilometer kwamen we langs een terrasje aan het water. Dit, zo was ons uitgelegd, was het enige terrasje op de route. In elk geval het enige wat aan het water lag. Een drankje en een pauze was aanlokkelijk, maar we besloten stug door te peddelen. Alleen maar omdat we dachten dat we de laatste kilometer niet zouden halen als we stopten.

Wij konden die veertien kilometer natuurlijk makkelijk aan

Achter me zuchtte dr. I nog eens en legde zijn peddel neer. Mijn schouders brandden, maar ik buffelde door. ‘Hee!’ riep een man vanaf de kant. ‘Hou hem in de gaten hoor, hij laat je al het werk doen.’ Ik stak mijn arm in de lucht en riep terug: ‘Hier zitten de echte spierballen!’ Daar moesten hij en zijn vriend om lachen.

Tweehonderd meter verderop hield ik het ook even voor gezien. B spotte het eindpunt, alweer. Na de volgende bocht zag hij het ook. ‘We komen nu echt in de buurt!’ riep hij opgetogen toen we twee kanovaarders tegenkwamen. De aanhouder wint: dit keer had hij gelijk. We klauterden op de kant en fietsten de zeven kilometer vlotjes terug.

Al in de auto zakte ik weg. Dr. I hield het gelukkig iets langer vol. Eenmaal thuis crashten we op bed. Ondertussen speelde B een spelletje, rende de trap op en af, speelde nog een spelletje en was vooral erg energiek. Hij maakte ons wakker omdat hij trek had in avondeten. Het is niet eerlijk.

Dit soort dingen is vooral achteraf leuk, besloten we. Het was echt wel heel erg mooi hoor, zo op het water. Veertien kilometer moet pas echt napret geven. Ik denk dat ik er de volgende keer gewoon voor ga.